Citaten

Twinkeloogjes blijven ons aankijken, je lach beweegt onze mond-hoeken.

(uit: brief aan Danny)

Gisteren voelde ik jou weer dicht bij me: Ik zat op een schommel, jij duwde mij.

Ik voelde je warme hand op mijn onderrug.

(uit: brief aan Andreas)

Weet je, jouw kleindochter heeft de allermooiste glimlach die je ooit hebt gezien.

Elke keer besef ik dan wat jij allemaal hebt gemist. Misschien wel meer dan ik?

(uit: brief aan Marnick)

Jij en mijn gedachten gaan nooit uit elkaar.

(uit: brief aan Marie-Alixe)

Ik zou je graag nog iets vertellen, maar je bent nu gestorven.

Ik herinner me dat je mij, toen ik klein was, altijd een flesje gaf.

(uit: brief aan Marie-Alixe)

Ik wil dat je weet dat ik me geen betere mama kon wensen!Ik hou suuuuuuuuuuuuuuuuuuuuuuuuuuuuuuuuuuuuuuuuuuuuuuuuuuuuuuuuuuuuuuuuuuuuuuuuuuuuuuuuuuuuuuuuuuuuuuuuuuuuuuuuuuuuuuuuuuuuuuuuuuuuper veel van jou!

(uit: brief aan mama)

Je bent niet weg, je hebt nog niet geleerd hoe je goed te verstoppen.

Haast je maar niet, ik wil je blijvend zoeken.

(uit: brief aan mijn vader)

Toch is het (opgekropt) verdriet niet minder. Het afgesneden zijn doet pijn.

Ik wil je eigenlijk niet veel meer zeggen, omdat ik je keuze begrijp.

Alleen een - het is goed geweest, dank je zus - knuffel. Daar hunker ik naar.

(uit: brief aan Bert)

Je schopte, danste en bouwde torens in mijn buik. Overal waar ik ga, ga je mee. Ik mis je.

(uit: brief aan Marie)

Nu de wind sussend de bladeren streelt, is ons verhaal snel verteld. Alles heeft zin, zolang je de onzin mijdt.

(uit: brief aan mijn overleden moeder)

De veerboot steekt weer over, maar heeft je nu van mij weggezet. Aan een oever die ik niet meer bereiken kan.

(uit: brief aan een veel te vroeg gestorven jeugdvriendin)

Misschien heb je mijn brief gelezen, misschien ook niet. Wat daarin stond, kan ik me - door de roes waarin ik verkeerde en die mijn geheugen heeft vertroebeld - onmogelijk herinneren. Slechts van één ding ben ik zeker: sinds die dag leef ik weer. En ik weet dat jij me sindsdien van tijd tot tijd terzijde staat.

(uit: brief aan papa Jo)

Ik heb soms moeite om mijn hoofd boven water te houden, alhoewel ik weet dat ik kan zwemmen.

Hoeveel ik niet zou geven voor nog een knuffel en nog een beetje advies.

Ik was nog niet klaar om u af te geven.

(uit: brief aan Omi)

Ik zal altijd van je blijven houden. De verbondenheid tussen ons is er nog steeds, over de dood heen.

Dat zal ook altijd zo blijven. Ik weet dat je over mij waakt. Ik zal altijd jouw prinses zijn.

(uit: brief aan Steve)

Bedankt Mikeje voor al de traantjes die je op onze schouders liet.

Bedankt Mikeje om ons te aanvaarden zoals we zijn.

Bedankt Mikeje dat je voor ons elke avond de tafel dekte.

Bedankt Mikeje voor al die grote en kleine dingen.

Bedankt Mikeje voor alles en nog zoveel meer...

(uit: brief aan Mike+)

Het leven is moeilijk zonder jou, jij kon er niets aan doen.

Ik hou van jou. Ik wou dat je nog bestond.

(uit: brief aan mama)

Hoe gaat het in de hemel?

(uit: brief aan mama en pepe)

Het is dankzij jou dat ik geworden ben wie ik nu ben. Een sterk meisje dat alles aankan als ze er zelf in gelooft.

(uit: brief aan Baboe)

Trots. Dat ben ik. Voor jou. Op haar. Voor jou. Van jou.

(uit: brief aan Erwin)

Ik vergeet nooit meer die laatste dag voor je vertrek. Wat had ik graag de kans gekregen om je echt te leren kennen en alles met je te delen.

Ik mis je zo. Hoe ouder ik word, hoe meer ik je mis.

Hopelijk heb je geweten hoe oneindig veel ik van je hou.

(uit: brief aan pa)

Ik koos op dat moment voor mezelf en liet je los en jij mij definitief enkele dagen later...

Je lief lief.

(uit: brief aan Erik)

Vandaag dacht ik weer aan het moment toen je mama belde om mij te spreken...

Ik hou van jou liefste Oti, ik mis jou.

(uit: brief aan Oti)

Ik weet dat je trots was op mij, maar ik ook op jou!

(Al heb ik het nooit gezegd.)

(uit: brief aan mémé)

Herinneringen kunnen plots naar boven komen en warmte geven.

een gloed van geborgen- en verbondenheid.

(uit: brief aan Oma-Mechelen)

Bedankt voor de laatste zucht die je met ons deelde.

(uit: brief aan Marcel)

Het vertrouwen dat alles goed komt, had ik van jou.

(uit: brief aan mama)

Ik denk met zoveel dankbaarheid terug aan jouw gave tot verbinding.

Aan de taart die er iedere zondag stond.

(uit: brief aan oma)

zetel

De hele dag heb ik er, met mijn lievelingsblauw kussen, ingezeten.

Dat maakte me blij en gaf me een warm, geborgen gevoel.

(uit: brief aan bompa)

Moeke, laat me aub een seintje dat je aan mij denkt als ik het moeilijk heb.

Ik weet wel dat je ergens bent, maar ik heb even wat steun nodig.

Stuur het mij in de vorm van een persoon, brief, telefoon...

Moeke, ik mis je.

(uit: brief aan moeke)

Dansen deed je graag, jij leerde mij de Wals en je zwierde over de dansvloer tot ik er duizelig van werd.

(uit: brief aan Bommaatje)

Het is stil in ons huis. En in mijn hart. Want vandaag gaat al mijn liefde naar jullie uit.

Alles wat ik in mij heb, is vandaag voor jullie. Dikke knuffel, mama.

(uit: brief aan Beppe, Vico en Joe)

Hij krulde zich op en legde zijn hoofd zachtjes tegen me aan. Toen sloot hij zijn ogen als om te gaan slapen.

Of om naar mijn hart te luisteren, dat kan ook.

Dat was het moment dat ik in die omhelzing ook jou kon voelen.

(uit: brief aan Vico)

Ik draag ijs voor iedereen aan jou op. Ik weet dat mijn brievenbus leeg zal blijven. Ik hoop jou terug te zien. Dan fluister ik jou deze brief in. Nee... dan nestel ik mij in jouw schoot.

(uit: brief aan Ma)

Ik weet dat ze nu niets liever willen dan mijn gids zijn in mijn verder leven, naar hun voorbeeld.

Hun nagedachtenis koester ik boven alles in deze wereld en zo voelt het goed. Uiteindelijk is hun leven geeïndigd zoals het begon: met liefde en tederheid.

(uit: brief aan mijn allerliefste mama en papa)

Er is zoveel dat ik kan bedenken en doen en niets zal jou ooit terughalen. En nooit zal het genoeg zijn.

Maar nooit zal ik het opgeven. Het is het enige dat ik nog kan.

De dingen die ik doe om jou dichtbij te houden, brengen somtijds mooie nieuwe dingen waar ik nooit had durven van dromen. En zolang ik leef, blijf jij leven in mij.

(uit: brief aan Alana)

Alleen hier, bij ons thuis, blijft de tijd nu en dan stilstaan, of gaat die traag vooruit.

Een dag hier geleefd, is een dag dichter bij jou.♡

(uit: brief aan Vincent)

Rust zacht, mijn kleine man.

Huppel in het gras, speel in de modder, krijs de hele wereld bij elkaar. Doe waar je bij ons de kans niet toe kreeg.

Rust zacht, mijn kleine man.

(uit: brief aan Otis)

Opeens was je weg

de dood in.

Tel ik maanden verder

geen seconde met en zonder

jouw overal en nergens.

(uit: brief aan Lieven)

Ook al vallen mensen van de hoogste takken van de bomen

... waar liefde is, komt zoveel goed!

(uit: brief aan Pa)

Jou missen is als een eindeloos verlangen naar wat nooit meer komt.

Ik lief jou.

Je mama.

(uit: brief aan Femke)

Het was feest!

Helaas zal er mij dit jaar niemand de namen noemen of de 'bekendste' renners in het peloton aanduiden.

Want jij bent niet meer.

Het feest is over.

Ik mis je pa.

Met Gent-Wevelgem en alle andere dagen.

(uit: brief aan Poetie)

Je kon met iedereen lachen en iedereen met jou.

(uit: brief aan Paul)

 

Dank u oma. Voor jouw dankbaarheid. Knuffels!

(uit: brief aan oma)

Weet je nog toen ik 6 was, papa wist niet dat ik nog met een tuutje sliep.'s Avonds verstopten we het tuutje in je jaszak in de kast. Toen ik ging slapen, haalden we het tuutje eruit.

(uit: brief aan mama)

We lachten samen, we deden alles samen.

(uit: brief aan opa)

Je had een grote, witte baard waar je mij altijd mee kietelde.

(uit: brief aan opa)

Mijn leukste herinnering is toen ik en jij speelden en tekeningen inkleurden. Ik zou dat nog eens willen doen.

(uit: brief aan mama)

 

Ik mis de momenten aan zee met jou.

(uit: brief aan mama)

 

Diep vanbinnen ben ik wel een beetje verdrietig. Ik ken je niet, je was mijn grote broer.

(uit: brief aan mijn grote broer)

Je verliet ons op je verjaardag.

(uit: brief aan opa)

jij krijgt altijd een plekje in mijn hart.

(uit: brief aan Paul)

We hebben gewoon één keer gegeten en daarna gespeeld.

Jammer genoeg ben je een jaar later gestorven.

(uit: brief aan oma)

Veel hoefden we elkaar niet te zeggen, we voelden elkaar zo goed aan en hadden aan één blik genoeg.

Blijf die witte vlinders maar sturen, waar ik ben.

(uit: brief aan mama)

 

Twee mensen die ik mis.

(uit: brief aan opa)

 

Je hebt een stukje van mijn hart meegekregen, omdat ik voor altijd bij je wil zijn.

(uit: brief aan Sam)

Weet je nog van toen je kleinkind haar communie deed, je wou niet naar het ziekenhuis voor je haar zag.

Een week later ben je gestorven.

(uit: brief aan mama)

Alles wat jij aanraakte, veranderde in goud.

Ook nu zit je onder onze huid, in ons hart en in onze gedachten.

Je leefde het leven. Genoot van alles en iedereen om je heen.

Nu volgen wij jouw voorbeeld.

(uit: brief aan Jules, mijn horizoon)

Ik hoop dat je rust gevonden hebt, rust die je hier op aarde niet kon vinden.

(uit: brief aan Lawrence)

Thee drinken om wakker te blijven en natte washandjes in je hals. Jij liet ons de wereld ontdekken.

... Opa, wist je dat je niet alleen was?

Oma, we hebben nooit veel tegen elkaar gezegd, maar ook jij wordt gemist.

Jij het hoofd en opa het hart.

Denken ook jullie soms eens aan mij?

(uit: brief aan mijn lieve ouders)

Ik dacht er nooit meer bovenop te komen... Maar intussen heeft het me ook een soort rust gebracht.

Het besef dat het leven verder gaat en zelfs nog veel te bieden heeft als je 'levensgids' er niet meer is, heeft de onrust weggenomen die toen over mij kwam.

Dank dat je mijn papa was en nog altijd bent.

(uit: brief aan mijn allerliefste papa)

Ik heb de lijnen van je slapen, je gezicht gestreeld.

Hou van je papa, honderdmiljoenentachtig.

(uit: brief aan Paptje)

De weg van de wachtzaal naar je kamer leek eindeloos te duren. Rune en ik knepen elkaar in de hand om te tonen dat we er voor elkaar waren.

(uit: brief aan papa)

Je had voor ons beiden een stok zodat we goed de berg op konden geraken. Als we boven kwamen, gingen we op een bank zitten om te rusten.

(uit: brief aan opa)

Ik heb je altijd heel graag gezien, want jij was de enige man in mijn leven.

(uit: brief aan mijn allerliefste man, mijn lieve Doë)

Koffie werd zorgvuldig geschonken, tas per tas en toen was het moment aangebroken om de taart aan te snijden. Ik stond daar, het mes in de hand. Ik wou je roepen om aan tafel te komen. Ik wou de andere kinderen roepen om te komen zingen. Maar ik stond daar gewoon. Voor m'n gevoel moederziel alleen. Met een krop in de keel, een weggepinkte traan in m'n oog en een hart dat overliep van gemis. Ik stond daar, wou je naam horen klinken, maar het bleef oorverdovend stil in mijn hoofd.

(uit: brief aan Ono)

Je was bijna 18 jaar ouder dan mij, maar het kind in jou is altijd gebleven.

Je hebt me zoveel geleerd, zoveel inzichten gegeven, anders naar het leven leren kijken, me dichter bij mezelf gebracht, mij heel graag gezien... onvoorwaardelijk.

(uit: brief aan Ingrid)

En toch, doorheen deze tranen schijnt niet alleen verdriet, deze tranen bewijzen op de één of andere manier dat jullie er nog steeds 'zijn', zoals jullie ook op hun huwelijk zullen zijn.

(uit: brief aan Christine en Johan)

 

Jouw vele knuffels en hartelijkheid zijn nog steeds mijn houvast.

Mijn rots in de branding, mijn rustpunt. Ik mis je.

(uit: brief aan mijn beide grootmoeders, lieve meters, klein memeke en grote meter)

 

Gisteren was het moederdag, ik wou dat er een omadag was. Ik mis je nog altijd zo...

En meme, wat ik me nu toch wel afvraag: je ziet toch wel graag tatoos?

Ik ben er anders zeker van dat je die van mij, opgedragen aan jou, wel mooi zou vinden.

(uit: brief aan meme Cosette)

 

Er is nog zoveel dat ik jou wil vertellen. De woorden blijven maar komen. Er is ook al zoveel veranderd sinds de laatste keer dat ik je kon vasthouden.

We zullen altijd van je houden voor ALTIJD en altijd en altijd!

(uit: brief aan Finn*)

 

Sinds kort is mama ook bij jou gekomen. Ik hoop dat je elkaar snel vond... en nu terug samen verder kan.

Ik ben zo blij dat ik haar op het einde van de dag nog een dikke knuffel gaf. Zeg haar dat ik haar mis.

(uit: brief aan papa en mama)

 

Geen probleem, zei je. Geniet er maar van. Ik zie je wel als ik je zie.

Je zou een echte oma zijn, eentje die stiekem nog een koekje geeft.

Ik ben er zeker van dat jij ons erdoor getrokken hebt. Die beschermengel waar iedereen naar verwijst, ik ken haar wel...

(uit: brief aan moeke*Magda*oma)

 

Dankjewel, je zal nooit sterven, je bent enkel even uit beeld, even weg uit de aanraakwereld.

Ik zal je weerzien en omhelzen, samen wenen met jou tot de twinkel in je ogen weer schittert, je neusje weer krult.

En ik, ik lach terug, door mijn tranen heen, in de verte zie ik mijn angst verdwijnen.

De winter, die zich genesteld had onder mijn huid, maakt zich naarstig uit de voeten. Kijkt nog eenmaal om en verdwijnt daarna voor eeuwig en eeuwig.

Tot morgen lieve zus.

(uit: brief aan Carine, mijn lieve zus)

 

Ik concentreerde me op de wolken, waar ik de zon door zag priemen.

En daar nam ik afscheid van jou en noemde ik je spontaan 'Basje'.

Je kreeg daar, voor mij, jouw plaatsje in het licht.

(uit: brief aan Basje)

 

Ik zal nooit weten hoe je zal lachen of in je slaap geluidjes en zachte bewegingen maakt.

Ik besef dat dit verdriet ook een stuk bij jou hoort en wil dus ook niet dat dit weg gaat. Af en toe zoek ik dit verdriet op omdat ik nood heb om jou te voelen.

(uit: brief aan Fedde)

 

Vaarwel Lorenzo,

Dat je voor altijd mag verder huppelen in de uitgestrekte velden...

(uit: brief aan Lorenzo)

 

Soms, soms kruip ik in een hoekje en neem ik iets van jou vast.

Dan ruik ik eraan, sluit ik mijn ogen en zie ik alle mooie herinneringen voorbij komen.

(uit: brief aan moeke)

 

Het passen van haar kleed deed ze alleen, zonder jou. Je bent veel te vroeg gegaan en Lynn lijkt de hele wereld op haar schouders te dragen. Ook al is dat zo zwaar... zelfs dan staat ze klaar voor mij.

Je zette een prachtig mens op de wereld.

(uit: brief aan mama Lynn)

 

Je bent nog steeds heel dichtbij voor ons en de kindjes.

(uit: brief aan mama)

 

Een verlangen naar omhelzing, een troost.

(uit: brief aan Ria)

 

Mijn ultieme wens is om je blik, jouw sprekende ogen nog eens terug te mogen zien.

(uit: brief aan mijn liefste zus)

 

Iedere avond ga ik op zoek naar een onopvallende, mooie ster aan de hemel.

(uit: brief aan de liefste Papie)

 

Je bracht me bij dat je met eenvoudige dingen zo gelukkig kan zijn.

(uit: brief aan vake)

 

Zoveel zou ik willen vragen, zoveel antwoorden kreeg ik al, maar toch blijft dat eeuwig verlangen om je nog eens terug te zien, al was het maar voor een dikke knuffel.

(uit: brief aan moeder)

 

Dankjewel voor alle pleisters op de wonden, letterlijk en figuurlijk.

(uit: brief aan mama)

 

Gids, nog altijd, maar ik geef jou door aan anderen.

Tot waar het leven ons samenbrengt.

(uit: brief aan Wim)

 

Ik had graag met jou aan dat tafeltje gezeten om rijstpap te eten met een gouden lepel om elkaar te leren kennen.

(uit: brief aan Bomma)

 

Wat je zei heeft veel voor mij betekend. Dank je wel hiervoor.

(uit: brief aan mijn allerliefste vader)

 

Hoe je liefde zich ontsloot in de hapering van mijn zijn.

Ik mis je als geen ander.

(uit: brief aan Lieven)

 

Je bent altijd dichtbij gebleven. Ik draag je mee.

(uit: brief aan Stef)

 

Toen we de trap opliepen naar de hoogste verdieping, zei je: "We zijn wel wat nat geworden, maar ik denk dat we het geen van beiden erg vinden, omdat we allebei een beetje gelukkig zijn."

(uit: brief aan Johan)

 

Bedankt om de grootste steun te zijn wanneer ik het even niet op mezelf kan. Bedankt om dat rustpunt te vormen, diep in mij wanneer de wereld voorbij raast. Bedankt om mij te laten zijn wie ik ben, maar vooral bedankt om de mooiste en liefste oudste broer te zijn die ik me kan wensen.

(uit: brief aan mijn liefste oudste broer)

 

Ik mis je nog elke dag. Maar ik kan ook elke dag, als het nodig is, dit beeld weer oproepen en daar dank ik je voor.

(uit: brief aan Lutgarde)

 

Voor de wereld ben je van ons, maar voor mij ben jij de wereld.

(uit: brief aan Lukas)

 

Bij elke regenboog, elke zonnestraal, elke plensbui denk ik aan jou.

(uit: brief aan mijn liefste Snuffel)

 

Vertrouwen dat bleef en blijft groeien. En dit vertrouwen meegeven, delen, geeft rust en adem.

(uit: brief aan mijn lieve vader)

 

Dank dat je Rune hielp leven, hou je handje boven hem, hij heeft je nodig.

(uit: brief aan Sem)

 

Je ben zachtjes uitgedoofd. We hebben je moeten loslaten, jij ons.

Liefste Milou, ik ben heel trots op jou en heel blij dat je zowel voor mij, als je mama, je broer en zus, een blijvende indruk hebt gemaakt.

(uit: brief aan Milou)

 

Ik wil je zeggen dat ik zo blij was dat je zei dat ik mooi was toen ik zwanger was. Ik heb inderdaad twee prachtige dochters.

(uit: brief aan mama)

 

Jij was een moedige vriendin die mij toonde wat werkelijk belangrijk was in het leven en nooit opgaf.

(uit: brief aan Annie)

 

Jouw handdruk die zoveel zeggend was, zo vol betekenis en die zoveel plooien gladstreek.

(uit: brief aan papa)

 

Vertrouwen gaf je me met een ferm "Jij kan dat.". Niet meer, niet minder en ik heb het gedaan.

(uit: brief aan mama)

 

Je hebt mij een groot vertrouwen gegeven, het vertrouwen dat alles wel goed komt met mij.

(uit: brief aan mama)

 

Ik denk aan hoe je langzaam uit het leven verdween door steeds minder te worden. Tot er enkel een glazige blik overbleef.

(uit: brief aan jou)

 

Tweeënveertig jaar zonder jou.

De mensen denken: 'Het zal nu wel beter gaan.'

maar wij, wij kunnen amper rechtopstaan.

(uit: brief aan mijn broer Freddy)

 

Ik kan me de glimlach op jouw gezicht nog zo goed voorstellen.

Op tijd en stond bloeit die prachtige oranjerose bloem. Meestal op momenten dat ik het moeilijk heb. Dan weet ik dat je er toch nog altijd een beetje bent...

(uit: brief aan lieve oma, lieve superoma)

 

Omdat ik niet zonder jou kan.

(uit: brief aan Svenja)

 

Op de dag van je overlijden heb ik een stekje uit je tuin gehaald. Prachtige Floksen, rood en wit, staan nu bij mij in de tuin. Als ze bloeien, zie ik jou.

(uit: brief aan Loes)

 

Ik begrijp nu de letterlijke betekenis van het woord 'hartverscheurend'. Ik voel dat jullie de hele tijd met mij mee reizen. Voor altijd dicht bij mij.

(uit: brief aan Emiel en Mateo)

 

Jij bent nog altijd mijn vriendin op aarde, in de hemel of met de wind.

(uit: brief aan Emma)

 

Want papa, wat ben ik fier op jou.

(uit: brief aan papa)

 

Je bent mijn eerste en laatste 'grote liefde'.

Toen je op je sterfbed zei: "Je bent mijn beste maatje.", was dat het mooiste afscheid dat je mij kon geven.

(uit: brief aan mijn schatje, ventje, maatje)

 

Je zachtheid en de aandacht die je had voor de mensen om u heen.

Nooit zal ik het vergeten.

(uit: brief aan Annie)

 

Vroeger zei ik altijd: "Ik ben blij met wat ik heb en niet met wat ik niet heb.", maar nu is het net andersom.

(uit: brief aan Eric)

 

Spijtig genoeg was je maar zo kort bij ons. Toch heb je ons hart gevuld met zoveel warmte die we heel ons leven zullen voelen als we aan je denken.

(uit: brief aan mijn oudste kleinkindje Rik)

 

Jij zal altijd mijn held blijven en ik zal jouw traditie proberen voortzetten, al zijn dat grote schoenen om te vullen.

(uit: brief aan mijn allerliefste grootva)

 

Die glimlach op je gezicht, om nooit te vergeten.

(uit: brief aan mijn lieve man Ronald)

 

Ik voel ook dat je over mij waakt. Sommige gebeurtenissen kunnen geen toeval zijn.

(uit: brief aan mijn doopmeter Cesoria)

 

Ernest, bedankt voor de mooie leesuren en de troost.

Het ga je goed, waar je ook bent.

(uit: brief aan Ernest Claes)

 

Weet je, ik ga proberen de goede en leuke herinneringen te onthouden. Ooit hoop ik dat de zware gedachten en dromen stoppen.

Toch zag je mij waarschijnlijk graag...?

(uit: brief aan ma & oma)

 

Het is de liefde van ons voor jou, die we voor altijd in het rond willen gooien, net als confetti.

Nooit meer hier, maar altijd bij ons.

Je bent liever dan lief en weet dat ons later voor altijd samen is.

(uit: brief aan Mia)

 

Ik heb ook nog gezegd dat ik van je hield, ik hoop dat je het toch nog hebt gehoord. Had ik het je maar meer gezegd, had ik je maar bij elke ontmoeting geknuffeld, had ik maar...

Ik hoop dat je hebt geweten hoe blij en trots ik was dat jij mijn vader was!

(uit: brief aan pa)

 

Och wat ben ik blij dat ik jou een paar dagen voordien nog gevraagd had om meter te worden van ons eerste kindje. Zo weet ik dat Leon een engelbewaarder heeft voor de rest van zijn leven.

Verdriet slijt lieve zus, dat is waar. Na een tijdje zing je ook terug mee met de radio en kan je terug lachen en genieten van het leven. Maar er gaat geen enkele dag voorbij zonder dat ik aan je denk.

Soms kan het verdriet om jou me overvallen.

(uit: lief zusje, lieve Wendy)

 

Moederke, meermaals zou ik nog willen dat ik de vele dingen die er gebeuren aan jou kan vertellen.

Wil je deze brief aan vake laten lezen?

(uit: brief aan moederke)

 

Ik geloof dat je nog bij ons bent en je nu en dan een teken geeft!

Ik hoop dat je, op jouw manier, mij en Sarah nog kan helpen. Zo sta ik er niet alleen voor... en voel ik me gesterkt te weten dat je er nog steeds voor ons bent. Ik hoop dat ik in mijn kleine leven ook een stukje van jouw moed en sterkte kan overdragen op je kleindochter.

(uit: brief aan pa)

 

Please, can we go back to the 90's for an evening? I need to tell you so much stories!

(uit: brief aan Kristel)

 

Dag engelbewaarder,

Ik wilde bij je blijven, maar je zei dat het voor mij nog te vroeg was en dat ik moest terug gaan.

Ik weet dat je altijd bij mij bent.

(uit: brief aan lieve Tony, engel)

 

Ik heb ondertussen al heel wat grenzen verlegd. In gedachten volg je mij overal.

(uit: brief aan papa)

 

Hoe langer hoe meer werd duidelijk dat jij echter de cement was die ons gezin bij elkaar hield.

Misschien hadden wij gewoon geen woorden nodig...

(uit: brief aan vake)

 

We koesteren jou in ons hartje en laten je drijven op zachte, rollende golfjes.

(uit: brief aan Sloeber)

 

Ik koester vooral de hoop dat je rustig sliep voor je vertrok, zonder pijn, angst of ongerustheid. Ik denk wel dat het zo was.

Ik hou van jou, tot de volgende babbel.

(uit: brief aan pappie)

 

Hij zegt: "Vake" tegen je foto op de kast. Zijn mama's zullen wel over jou vertellen. We missen je allemaal heel hard.

(uit: brief aan Johan)

 

Ik ben nog steeds alleen, ik heb nooit nog een Swa gevonden.

(uit: brief aan Swake)

 

Hou je voor mij en voor Hanne een plaatsje vrij in de hemel?

(uit: brief aan moemoe)

 

Is het goed in de hemel?

Wil je een briefje terug sturen?

(uit: brief aan Davy)

 

Wie had dat ooit gedacht? Vroeger altijd bekvechten en nu huil ik dat ik je mis...

Ik hoop dat je het hierboven goed hebt, kus van je zus en ook kusjes van mama en papa en iedereen die elke dag aan je denkt.

(uit: brief aan mijn broer Bram)

 

Ik voelde me veilig bij jou. Toen je stierf, was het alsof ik mijn mama verloor. Nu weet ik dat ik je niet kan verliezen, jij bent een deel van mij.

(uit: brief aan meme)

 

Hij kon het leven niet meer aan. Wat er in het hoofd van een mens gebeurt, weet niemand. Dat ik hem nooit zal vergeten.

(uit: brief aan mijne grote gast, Gregory)

 

Ik vind het heel jammer dat er nog veel momenten zullen komen waar je niet bij zal zijn, maar ik weet dat je niet helemaal weg bent.

Ergens ben je nog bij ons.

(uit: brief aan vake)

 

Het moet heel donker geweest zijn in je binnenste.

Er kwam geen licht meer binnen.

Onvoorwaardelijk blijf ik van je houden.

Ik hoop dat je rust gevonden hebt, Ward.

(uit: brief aan Ward)

 

Ja, ik knipoog naar je, als bij het eerste ochtendgloren de zon door de wolken piept...

Ik wuif naar je in de gure herfststorm die komen gaat.

Ik zit naast je als je je eenzaam voelt...

Jij en ik, mama, dat was toch altijd zo?

je Ward

(uit: brief aan mama)

 

Moest er een ladder naar de hemel gaan, dan zou ik elke dag naar boven komen om een kusje te brengen aan iedereen die ik mis.

(uit: brief aan oma en pé)

 

5,10,15,20 jaar tot nu, 30 jaar later dus. En dan ben ik vooral verbaasd dat de gebeurtenissen van destijds al zo lang geleden plaatsvonden en dat ik dat, nu ja... min of meer een plaats heb kunnen geven.

Ik mis je Guy, erg hard zelfs.

(uit: brief aan mijn broer Guy)

 

Geen beeld van je heb ik gezien. Niets te hebben van je. Alleen dat ondraaglijke gemis, alle dagen denk ik aan je.

(uit: brief aan mijn kleine lieve meid)

 

Ik zag jou liggen, in een doek gewikkeld, in het kamertje naast de kamer waar je mama van jou bevallen was.

In de materniteit werd de bladzijde omgedraaid en mij ook verteld dat we dit best ook konden doen, dat dit voor ons het beste was...

Eén jaar later en al die andere jaren later bleek dat dit niet het beste was. Het beste was om jou - samen met jouw mama - een ereplaats geven.

Jij bent bij ons, je leeft in ons, voor eeuwig en altijd.

We blijven je koesteren.

(uit: brief aan mijn kleine, lieve meid)

 

Schoonheid is de weg naar dat licht en die stilte.

(uit: brief aan liefste)

 

Ze is zeer zachtjes overgegaan, haar hand in de mijne. Het verdriet heeft plaatsgemaakt voor dankbaarheid en aanvaarding.

Nog steeds voel ik haar bij mij.

(uit: brief aan mijn beschermengel)

 

Nu dertien jaar later komen de tranen nog. De scherpe kantjes slijten af, maar het gemis blijft.

(uit: brief aan Lionel)

 

Ik zou zo graag willen dat je nu de deur binnenstapte...

Ik zou je voor altijd vasthouden en zeggen dat je de allerbeste papa van de wereld bent.

(uit: brief aan papa)

 

Ik mis Gertjan, wat moet het dan voor haar zijn?

Er gaat geen dag voorbij of Gertjan is erin voorgekomen.

Gertjanneman, het ga je goed.

Ik heb je graag gezien en nog.

(uit: brief aan Gertjan)

 

Ik wil graag een paar dingen kwijt die mij nauw aan het hart liggen.

(uit: brief aan mijn man, Bernard)

 

De toekomst, daar waren we geen seconde mee bezig.

Want dat was een vanzelfsprekendheid, die was er gewoon.

(uit: brief aan Thieu)

 

Zachte haren door mijn vingers. Een gevoel van vertrouwde troost en onvoorwaardelijke liefde klom langs die vingers omhoog en legde een arm om mijn schouders, die het gewicht van de wereld torsten.

(uit: brief aan zus)

 

Pas als al het moois dat wij samen meemaakten, in mij is teruggekeerd. Als alles los komt, wat vast zat.

Dan zal ik lachen. Hard lachen.

Tegen de gloed van je zotte kuren in mijn herinnering.

(uit: brief aan lieve nonkel Fred)

 

Er is er maar één, dat ben jij.

Wat mis ik je. Mijn dokter Einstein. Ik ben al lang geen kind meer, en zelf moeder. Maar als ik ziek ben, of van streek, wil ik jou bellen, om mijn kleine pijntjes en zorgen weg te nemen.

(uit: brief aan papa)

 

Soms is er zoveel dat we voelen, maar zo weinig dat we kunnen zeggen.

Het warme en geborgen gevoel dat ik bij jou had is altijd gebleven.

Je was een grootvader om graag te zien en trots op te zijn.

(uit: brief aan pépé Fili)

 

Het doet zoveel pijn je niet meer te kunnen knuffelen, ook al weet ik dat jij weet, dat we jou graag zagen en zien voor altijd, en jij ons natuurlijk ook.

Probeer jouw zus de mooie herinneringen te bieden zodat ze warmte in het hartje krijgt.

(uit: brief aan Axel)

 

Voor mij was het, alsof je nooit mocht bestaan!

Tot op de dag van vandaag, voelt dat als een heel groot onrecht, dat nooit hersteld kan worden.

Weet je Marc, ik ben nu 90 jaar. Ik ben moe, maar wel dichter bij jou!

(uit: brief aan mijn zoon, allerliefste Marc)

 

Il y a bien trop longtemps que je ne t'ai écrit, mamy. Pourtant, j'aime à t'écrire. c'était ma fa§on à moi de faire mon deuil de toi.

Je te confiais mes chagrins, mes angoisses, mes rêves aussi.

Je te racontais ma vie, et la vie de ceux qui t'aimaient et que toi, tu aimais. En te parlent à travers mes lettres, je te sentais près de moi.

Où que je sois, je sais que tu n'est jamais loin. Tu m'accompagnes sur le chemin de ma vie, tu me protèges et tu me guide.

Je t'aime, mamy.

(uit: brief aan ma chère petite mamy)

 

Zijn papa, mama en zusje waren zeer gelukkig met zijn geboorte, zoals wij allemaal. Hij groeide op en was het evenbeeld van zijn papa. Zijn zusje hield enorm veel van hem, altijd waren ze tezamen.

Dat waren zeer gelukkige dagen voor mij.

Rust zacht lieve, mooie jongen, tot ziens.

(uit: brief aan Merleau)

 

Ik was nog een kind, maar je word heel vlug volwassen en met beide voeten op de grond gezet. Ik voelde me zo alleen op de wereld.

Ik huilde iedere avond in mijn bed en droomde dat hij bij mij terug zou komen.

(uit: brief aan mijn enige broer Bart)

 

Ik denk vaak aan hoe het zou zijn als jullie wel geboren zouden zijn. Een huis vol leven en plezier. Maar ik ben zo blij dat ik jullie heel even heb kunnen dragen in mijn buik.

Slaap zacht, mijn kleine sterretjes.

(uit: brief aan mijn kleine sterretjes)

 

Kindje zonder naam

Sterrenkindje

'Roos, symbool van onschuld'

Klein sterrenkindje met je hartje vol levenslust

Zo kort.

 

Lente, noem ik je

zwaluw en bloesem

maar vooral

waarvoor mijn mond

geen woorden vindt.

(uit: brief aan mijn sterrenkindje)

 

Twee engeltjes, het enige wat ik heb van jullie... niets anders dat mij aan jullie kan herinneren.

(uit: brief aan mijn twee engeltjes)

Ma, of moeder, in alle kleine en grote dingen die we dagelijks doen denken we aan jou.

(uit: brief aan mijn overleden moeder)

 

Slaap nu maar zacht in een wolkenbed. Ver weg in dat vreemde land, werd het al klaar gezet.

(uit: brief aan Suske)

 

Binnenkort breng ik jullie een wit roosje, voor jullie liefde en een beetje hoop. Omdat ik hoop dat hij het goed zal hebben , zoals jullie ook steeds hoop en liefde voor ons hadden.

Draag zorg voor elkaar.

(uit: brief aan Emma en Marcel)

 

Toen ik 's morgens de krant uit de brievenbus ging halen, was er een wonder geschied. De ganse inrit naar de garage lag vol met witte pluimen, echt niet te geloven, nergens anders een pluimpje te bespeuren.

Ik heb die meeuw direct in de tuin, in de vrieskou, begraven. Heeft mijn man om vergiffenis gevraagd? Ik denk van wel, ik zal dit nooit weten.

(uit: brief aan mijn man)

 

Onze vriend, ons kind was weg, onze troost, in moeilijkheden onze redder in nood. Wij moeten hem missen, alleen onze prachtige muziek kan ons nog troosten. Soms geef hij ons een teken van daarboven.

(uit: brief aan Harry)

 

Weet je, ik ben zò bang je te vergeten. Ik ben bang dat je gezicht en je stem gaan vervagen in mijn geheugen. Ik wil je niet vergeten.

Hoe fijn zou het zijn je nog een keertje gewoon bij ons te hebben...

nog één keer allemaal samen.

(uit: brief aan Bart)

 

En toen Betje, nam je mijn handen vast en je keek zo lief, die glimlach, dat kale hoofdje, die prachtige bruine ogen. Toen wist ik dat jij wist dat je ging sterven, ik moest niet meer op mijn hoede zijn, ik kon vrij zijn! Dit waren de mooiste weken met je Betje.

Ik heb je zacht gezoend. Vaarwel liefje. Wees gelukkig aan de overkant.

(uit: brief aan Betje)

 

Koen, als eerstgeborene, je had niet de kracht om in deze wereld te stappen, na een uurtje moesten we je laten gaan. Ik mocht je zien, ik klopte bijna de ramen kapot om je in leven te houden omdat 'k jou wilde tonen aan je moeder die je nooit heeft mogen zien...

Bart, als tweede, je had zelfs niet de kracht om levend geboren te worden... Zonder dat wij je mochten zien werd je weggedragen...

(uit: brief aan Koen en Bart)

 

Je viool, die van op mijn trouwfeest, lag op je kist. Ze had rust nodig en was onmachtig.

ik ken niets van muziek, maar je viool kon die dag niet spelen: ze had te veel verdriet en mistte je handen.

(uit: brief aan Lucas)

 

Toen ik je een paar uur later in mijn armen hield, kon ik het nog minder geloven, zo klein, mooi en zo volmaakt.

Ik streelde je kleine handjes en neusje.

Ik bleef maar strelen over je ogen in de hoop dat die zouden open gaan.

Ik vertelde je ook dat ik verzot ben op sneeuw en ik fluisterde je toe: "Ik hoop dat er op je begrafenis sneeuw is.' Want dat was mijn grootste wens voor die dag.

De dag voor je begrafenis is het beginnen sneeuwen en sneeuwen, zonder ophouden. Toen ik snikkend en in tranen buiten kwam van mijn laatste bezoek aan jou, lag er een dik wit sneeuwtapijt. ik keek naar boven en begreep wat er gebeurd was...

(uit: brief aan Lieve schat, lieve kleindochter, lieve Meyra)

 

Enkel op het allerlaatste kon er gepraat worden over het afscheid, kon er geluisterd worden naar de stilte van jouw afwezigheid. Maar de pijn sneed in mijn lichaam. Nog steeds vind ik geen woorden voor dat gevoel.

(uit: brief aan papa)

 

Between hello and farewell, there was so much love.

(uit: brief aan mama)

 

Met m'n vader was dat anders, zonder elkaar veel te zien of te zeggen, begrepen we mekaar.

Mijn vader was mijn God. Was ik dan alleen om dat te zien?

Ik wil dit hoofdstuk afsluiten. Men zegt dat ik je sterfdatum niet kan onthouden omdat ik je overlijden nog niet heb verwerkt.

(uit: brief aan pa)

 

De tranen kunnen zomaar vanuit het niets opduiken, omdat ik je zo hard mis. Ik weet het hoor, we weten het allen, dat leven verder gaat en dat het moet, maar bij bijna alles denk ik aan je. We praten bijna elke dag over jou. Ik hoop dat jij dat weet, dat je hier ergens bent.

(uit: brief aan Gino)

 

Jij zou het sluitstuk van ons gezin worden. Het laatste puzzelstukje voor ons perfecte plaatje. We keken allemaal zo naar je uit.

Je was een mooi kindje, Ferre. Perfectie en imperfectie lagen nog nooit zo dichtbij elkaar. Leven-loos zal voor altijd een andere betekenis hebben. Jouw papa en ik hebben zo intens van jouw korte aanwezigheid genoten, samen met jouw broer die ook naar jou is komen kijken en jou heeft vastgepakt. Het was ontwapenend om te zien hoe onbevangen een driejarige met de dood omgaat.

(uit: brief aan Ferre)

 

Ik wil terug rust vinden en hopelijk mijn schuldgevoel een plaats kunnen geven. Ik koester nog altijd de mooie jaren met Mohammed, deze geven mij de kracht en moed om verder te gaan.

(uit: brief aan Mohammed)

 

Ik mis je meer en meer... Het zit allemaal in kleine dingen. Ik kan het nog altijd niet vatten dat je er niet meer bent.

Ik zie je in gedachten bovenaan een lavendelveld staan me je koersfiets... wuivend naar mij.

P.S. Fiets maar heel de hemel rond!

(uit: brief aan mijn lieve schat, lieve Dirk)

 

Elke nieuwe herinnering is er één zonder jou. En toch ook weer niet. Jij bent mij en ik ben jou. Droom maar lieve meid, dans met de sterren.

(uit: brief aan lieve Jade*, mijn lieve kleine meid)

 

Ooit komen we elkaar weer tegen, door deze gedachte begint alles wat minder te wegen.

(uit: brief aan mijn liefste Linda, mama)

 

Soms huilde en huil ik zo hard dat het lijkt alsof ik mee sterf. Soms bijt de pijn zo hard, zo onverwachts dat ik me geen raad weet. Maar die grote liefde papa, die liefde is zo'n veilig, warm deken.

(uit: brief aan mijn liefste papke)

 

Papa en ik hebben altijd graag naar de sterren gekeken, maar nu kijken we er anders naar dan ervoor.

Soms droom ik over jou, dat je in mijn buik beweegt. Zo heb ik jou toch nog dichtbij mij. Vergeet nooit dat jij altijd speciaal blijft voor mij!

(uit: brief aan mijn lief klein sterretje*)

 

Don't be afraid of the darkness, because that's when stars shine the brightest.

(uit: brief aan mijn liefste Ilse)

 

Uit elke brief voor nu wordt een citaat gepubliceerd, met vermelding van de voornaam of aanspreking van de overledene.

Copyright @ All Rights Reserved